De Benelux kent drie hoofdtypen tennisondergronden: gravel, gras en hardcourt. Elk van deze ondergronden heeft specifieke eigenschappen die de spelstijl en technische eisen voor spelers beïnvloeden.
Gravel, ook wel gravelbanen of zandbanen genoemd, is de meest voorkomende ondergrond in de Benelux. De rode kleikorrels vertragen de bal en geven een hogere stuit. Dit begunstigt basisspelers die in staat zijn lange rally's vol te houden en met topspin te spelen.
Grasbanen zijn zeldzamer in de Benelux maar hebben een lange historische traditie. Op gras beweegt de bal snel en laag, wat het opslaan en aanvallen beloont. Wimbledon is het bekendste toernooi op gras. In Nederland en België bestaan nog enkele clubs met grasbanen die de traditionele vorm van het spel bewaren.
Hardcourt is de meest veelzijdige ondergrond en domineert binnenbanen. De snelheid varieert per hardcourttype: sommige oppervlakken zijn snel, andere langzamer. Hardcourt is de standaard voor overdekte tennishallen in de Benelux, waardoor wintertennis het hele jaar mogelijk is.
In Luxemburg zijn de tennisfaciliteiten kleiner in aantal maar kwalitatief hoogwaardig. De tennisinfrastructuur sluit aan bij de bredere Europese standaarden en biedt zowel buiten- als binnenaccommodaties voor alle seizoenen.
De keuze van ondergrond heeft directe gevolgen voor de slijtage van tennisschoenen. Op gravel zijn schoenen met een visgraatpatroon ideaal voor grip en glijden. Op hardcourt zijn slijtvaste zolen met goede dempingseigenschappen noodzakelijk om gewrichten te beschermen.



